Als de wind mijn wangen bol blaast.
De bladeren bruin, als sneeuwvlokken vallen.
Mijn voeten omvat worden door tederzacht grondbedeksel.
Vallende druppels over de hooimijt van mijn hoofd naar beneden rollen. Mijn blik geen lovergrens meer moet doorklieven om de jagende wolken te volgen: dan is “mijn” seizoen aangebroken.